CV (PDF version)

Natascha Libbert (1973) lives and works in Amsterdam, Holland. After working for several years as an account manager at ad agency (FHV/BBDO), she decided to become a part-time flight attendant in order to go back to school and did this from 2002-2012. She studied photography at the Royal Academy of Arts (KABK) and graduated there in June 2009. Recently, having worked at several communications departments at KLM, she is now a fulltime freelance photographer after all.

Nominations (dutch)

2013 New Photography Talent Award, ING

2010 Longlist for Dutch Doc Award                                        'Best Documentary 2009' + 'Best Innovation 2009'

2009 De Fotoprijs                                                                 (Verbond voor Verzekeraars "What you see is what you get")

2009 De Scriptieprijs KABK "Is this really us?"

Other

2012 Awarded startstipendium from Mondriaan Fonds

2012 Artist in residence, Casablanca Morocco ‘Of Other Spaces’

2010 Awarded startstipendium from Mondriaan Fonds

Exhibitions

2015 Global Inspirations, LUMC Leiden

2014 Prospects & Concepts, Art Rotterdam

2013 ING New Photography Talent Award, Unseen Amsterdam

2012 Presentation 'Of Other Places', Morocco

2012 Melkweg, JG Ballard Tribute (solo)

2012 Unseen Photo Fair Amsterdam with Galerie van Kranendonk

2011 Update at Galerie van Kranendonk, The Hague

2011 Art Rotterdam, Galerie van Kranendonk, The Hague

2010 Homo Ludens at Galerie van Kranendonk, The Hague 

2010 Lagos Photo, Nigeria 

2010 Particolare III at Galerie van Kranendonk, The Hague 

2010 Now or Never at GEM Museum, The Hague 

2010 duo exhibition at Liefhertje en de Grote Witte Reus, The Hague

2009 Solo exhibition at NUFactory with the support of KNIR / Dutch Embassy in Rome 

2009 Best of Graduates Exhibition at Ron Mandos Gallery

2009 KABK Graduation Exhibition

 

 

 

 

Books

2009 Take me to the Hilton (self published) 

Publications / Reviews

Interview Michiel Hoogenboom en Natascha Libbert over ordescheppende fotografie / We Like Art, 24 juni 2013

Eigenaardig dat het werk van iemand die pas 4 jaar geleden van de academie kwam al zo op je netvlies staat gebrand. Natascha Libbert (1973) stormde de kunstwereld binnen met haar project Take me to the Hilton (link). Na een werkend bestaan als account manager bij een groot reclamebureau (FHV/BBDO), besloot ze part-time stewardess te worden om naar de kunstacademie te kunnen. En juist de mogelijkheid om te reizen bracht haar tot dit veel geroemde fotoproject (PhotoQ, NRC, GUP) over dat wonderlijke verlangen naar een universeel decor van luxe en ontspanning. Nominaties voor 2 Dutch Doc Awards, niet gek. Inmiddels heeft ze haar werk getoond in het GEM, het Nederlands Fotomuseum, bij galerie Kranendonk en vorig jaar bij Unseen. Wat maakt haar werk zo bijzonder? Het is de blik van een obsessieve kijker, met altijd oog voor het vervreemdende in situaties – resulterend in een gekantelde werkelijkheid. Licht, kleur, actie, compositie, toevalligheden: Libberts zet alles speels en dwingend naar haar hand. Hoog tijd om Natascha eens wat vragen te stellen.

Hoe is het Natascha? Ben je nu in Nederland of in het buitenland op pad met je camera?

Ha, het is goed. In tegenstelling tot de afgelopen 10 jaar vliegen ben ik nu al een tijdje in Nederland. Afgelopen april was ik een periode in Ghana en ik kijk uit naar september, dan ga ik weer op reis.

 

Hoe zou je jouw foto’s omschrijven aan iemand die nog nooit een werk van je heeft gezien, ehm … behalve dan dat ze vaak vierkant zijn?

Nou tegenwoordig zijn ze niet vierkant. Ik heb de Hasselblad tijdelijk (?) geparkeerd omdat ik het gevoel had dat ik mezelf aan het herhalen was. Een nieuwe manier van werken leek me verfrissend. Wellicht dat ik over een periode weer terug ga naar analoog 6 x 6 maar misschien ook niet. In antwoord op je vraag denk ik dat mijn beelden vaak een film-still kwaliteit hebben, het zijn taferelen. Iemand zei ooit dat het foto’s van plekken zijn, die gaan over mensen. Ze lijken geënsceneerd maar dat zijn ze nooit.

Welke wereld roep je op in je werk?

Ik probeer een universele zoektocht naar geluk te verbeelden in ongeënsceneerde momenten. Verlangens, dromen en idealen geven een dimensie aan de ruimte waarin we ons bevinden, en is van invloed op onze perceptie van de werkelijkheid: de ‘imaginaire beleving’. Voorheen was dit vanuit het idee dat mensen doorslaan in het disney-ficeren van hun omgeving, dat die veel weg heeft gekregen van een decor, en dat mensen daarin bijna ontheemd raken omdat het zo onpersoonlijk is geworden. Daar ging mijn boek ‘Take me to the Hilton’ over: perfect vormgegeven werelden met wat dolende mensen. De afgelopen tijd ben ik het vervreemdende decor echter steeds meer gaan zien als een vanzelfsprekend theater waarin de mens zijn eigen werkelijkheid wel degelijk kan afdwingen, en niet langer een leidend voorwerp is. Maar ik zoek mijn onderwerp dan ook minder op in esthetische ‘perfecte’ werelden, maar meer in zogenoemd natuurlijke. Daarin vind ik compassie en schoonheid waar ik schijnbaar zelf ook behoefte aan heb. Behalve dat ik fotografie gebruik om een persoonlijke behoefte daaraan te verbeelden, is het ook een manier om orde te scheppen in de complexiteit van alles. Het maakt de dingen soms behapbaar.

Het licht is vaak zo bijzonder. Is er een bepaald favoriet tijdstip van de dag voor je werk? 

Met de Hasselblad werkte ik zoveel mogelijk met een soort diffuus licht, wat de indruk wekt van een in scène gezet moment. Terwijl niets natuurlijk in scène gezet is, de wereld is zelf al gek genoeg. Momenteel let ik daar wat minder op omdat ik anders fotografeer. Het soort licht bepaalt wel eens naar wat voor landen ik wel of niet ga. Of in welke seizoen. Hard licht vermijd ik, maar vorig jaar liep ik per ongeluk urenlang met 45 graden in Fes rond en dan wordt de hitte en verblindend licht vanzelf onderdeel van de beleving en concentratie die ik oproep om in te fotograferen.

Hoe ga je praktisch te werk, hoe kom je tot nieuwe foto’s/nieuw werk?

Praktisch gezien moet ik mezelf op reis sturen. En ondanks mijn liefde voor reizen vind ik dat ongelofelijk moeilijk en laat ik me graag afleiden door het alledaagse leven. Voorheen vloog ik 2-3 per maand naar een andere bestemming over de hele wereld omdat ik een deeltijd baan had als stewardess bij de KLM. Ik wist precies waar ik kon fotograferen en welke bestemmingen voor mij nuttig waren. Dan maak je vanzelfsprekend werk. Maar ik merkte dat die vorm niet meer werkte en toen ben ik gestopt. In ieder geval is het zo dat wanneer ik ergens ben, dat ik het ervaar als een groot onderzoek. Vaak ook wel als een strijd, om te vinden wat ik zoek. Ik verlies me graag in een soort uitputtende beleving van een plek. Maar uiteindelijk hou ik daar wel van. Ik moet dus gewoon op reis, en dan levert die beleving werk op. Hoe vind je die vreemde parken en die wonderlijke schermen? Veel lopen en zoeken. En op een gegeven moment zijn je ogen bijna geprogrammeerd om bepaalde dingen te zien. Ik ben nu bezig om ze niet meer te zien. Want anders zou het alleen nog maar gaan over gekke plekken.

 

Wat inspireert je?

Veel. Maar vooral hoe mensen zich tot hun omgeving verhouden. Ik heb eigenlijk geen filter, alles komt binnen, dus ik ben daar voortdurend mee bezig. Niet gek dan, dat ik dat met fotografie enigszins probeer hanteerbaar te maken.

Is reizen belangrijk voor je?

Reizen is waanzinnig belangrijk. Als kind woonden we in verschillende landen, mijn ouders hebben altijd overal gewoond en voor mijn werk heb ik ook veel gereisd. Dat ik sinds een jaar niet meer vlieg voelt als een afkick periode. Ik stap heel moeilijk op het vliegtuig maar zodra ik het doe heb ik het idee dat ik doe waar het leven voor bedoeld was. Bovendien vind ik de gedragsvormen van verschillende culturen ongelofelijk interessant en ik heb het idee dat ik ze goed aanvoel. Daarom lijken veel plekken op een soort 2e thuis. Misschien ook omdat ik vanaf jongs af aan in bepaalde landen woonde en dat ze daardoor onderdeel zijn geworden van mijn identiteit. Dan komt opeens een herinnering van vroeger naar boven drijven en dan wordt het heden nog rijker. Of ik probeer het verleden te rijmen met het heden en dan verlies je jezelf dus ook al snel in je imaginaire beleving van een plek. En dat is misschien wel de bedoeling.

Wat is het geheim van Afrika?

Geen idee. Ik heb er als kind gewoond maar ik heb niet dezelfde liefde voor bijvoorbeeld Saoedie Arabie. Het is een haat liefde verhouding maar ik denk dat wanneer je deze vraag aan een aantal andere fotografen stelt, dat je dezelfde aantrekkingskracht aantreft. In Afrika zijn dingen die wij hier vanzelfsprekend vinden, dat helemaal niet. En andersom ook. Er zit een bepaalde poëzie in de taal, en benadering van het dagelijks leven waar ik van houd. 

Tegelijkertijd irriteer ik me ook wel eens ongelofelijk. Die tegenstrijdigheid vind ik fijn maar verder is het ook een intuïtieve aantrekkingskracht.

Wanneer vond je je eigen geluid naar je eigen gevoel?

In het 3e jaar op de academie. Toen fotografeerde ik alles waar ik zoveel vragen over had. Ik merkte dat ik 3 jaar later een grote vraag had ‘weggewerkt’. Heerlijk. Maar ik zoek vaak weer naar een eigen geluid. Onlangs ook weer.

Naast je fotografie mag je graag schrijven, vertel eens?

Uiteindelijk gaat het mij erom dat ik ervaringen, observaties, gedachtes wil ervaren. Om ze vervolgens te benutten of vertalen, zet ik het om in beeld of ik schrijf er wat over. Met dat eerste voel ik misschien meer druk omdat ik ervoor opgeleid ben en omdat ik me bewust ben van de ‘regels’. Als ik gedachtes opschrijf is dat heel anders. Voor zover dat enigszins lukt is het een groot plezier om te doen. Bovendien is het minder opdringerig dan fotografie. Laatst zei iemand dat tekst wel eens de lijm zou kunnen zijn van m’n fotografie. We zullen zien.

Take me to the Hilton                      (Kunstbeeld Magazine) NL

Take me to the Hilton’: het duurt even voordat je beseft dat het om een slogan gaat van de internationale, gelijknamige hotelketen. Het is reclame voor pure luxe, wereldwijd genieten op niveau. Een betere titel had fotograaf Natascha Libbert (1973) niet voor haar eindexamenproject, tevens boek, kunnen bedenken. Libbert kreeg er juni 2009 direct aandacht mee. Het NRC Weekblad publiceerde enkele foto’s en ze maakte deel uit van ‘Best Graduates 2009’ van galerie Ron Mandos in Amsterdam. Afgelopen voorjaar was haar werk te zien op de tentoonstelling ‘Now or Never’ in het GEM, bij het Haagse ‘Liefhertje en de Grote Witte Reus’ exposeerde ze met Krista der Niet en ze werd door galeriehouder Jurriaan van Kranendonk uitgenodigd voor de groepstentoonstelling ‘Particolare III’ in zijn galerie, eveneens in Den Haag. En dat allemaal binnen één jaar. Wat maakt Libberts foto’s zo bijzonder?

Tijdens het interview ligt een ansichtkaart tussen ons in. Daarop een magistrale foto van een forse man zittend op een terras van een restaurant of hotel ergens aan een Aziatische kust. De man ziet er rustig en voldaan uit. “Ik heb deze man geschoten omdat hij er zo 

 

tevreden uitzag. Maar toen ik hem dat even later zei, antwoordde hij dat hij het daar haatte en dat hij niet kon wachten om Manilla te verlaten. Het bleek een beetje humeurige, blanke Zuid-Afrikaan te zijn.”

Dat verhaal maakt deze foto alleen maar sterker en raakt tegelijk de kern van Libberts werk. Die kern ligt besloten in het grote contrast tussen de keurig gerokte hotelstoelen en de kaki shorts met zwarte badslippers van de man. Niet voor niets citeert Libbert in haar interessante eindscriptie ‘Is this really us?’ de veelzeggend uitspraak van de Duitse filmregisseur Werner Herzog (1942): ‘Our civilisation is like a thin layer of ice upon a deep ocean of chaos (Onze beschaving is als een dun laagje ijs op een diepe oceaan van chaos)’.

Stewardessenbestaan

Libbert is niet altijd fotograaf geweest. Pas na de hogere hotelschool en verschillende banen onder andere in de reclamewereld besloot ze zich in te schrijven bij de Koninklijke Academie Den Haag afdeling fotografie. Om de studie te kunnen bekostigen en om veel te kunnen reizen is ze deeltijdstewardess geworden bij de KLM. Dat alles, samen met haar jeugd als expat, blijkt een belangrijke voedingsbodem voor haar werk nu. “Doordat ik in mijn hele jeugd overal heb gewoond, heb ik heel goed geleerd hoe ik mij moet aanpassen. Onbewust heb ik daarvoor altijd naar het gedrag van mensen en groepen gekeken. Die ervaring gebruik ik nu in mijn werk als stewardess én in mijn fotografie.” Sinds het begin van haar studie fotografeert Libbert stedelijke situaties over de hele wereld. Eerst zijn dat nog series uit een afzonderlijk land. In het derde jaar kwam ze op het idee van de werkelijkheidsbeleving met esthetiek als rode draad.

‘Ik had een foto van een voortuin in Monnikendam. Toen kreeg ik het idee dat mensen denken: als ik zo mijn tuintje aanhark en daar een paar bomen neerzet, dan is alles in orde. Dan is het leven oké. Dat gedrag vormde voor mij het uitgangspunt.” Dat resulteerde uiteindelijk in de publicatie ‘Take me to the Hilton’, waarin ze met foto’s van over de hele wereld haar thematiek verbeeldt.

Met haar zes bij zes Hasselblad snijdt Libbert stukjes uit de realiteit. “Ik manipuleer of ensceneer niks. De wereld is van zichzelf al gemanipuleerd genoeg. Ik zoek juist plekken op waar dat zichtbaar is. In Cairo heb ik bijvoorbeeld een hoteltuin gefotografeerd die half in de woestijn lag: mega geconstrueerd. Het licht is heel belangrijk. Ik druk af als het eruit ziet als een film still. Daardoor twijfelen toeschouwers wel eens.” Ook achteraf bewerkt ze haar foto’s niet digitaal. Althans niet anders dan je voorheen in een doka zou doen: een beetje doordrukken of juist overbelichten. Wat intrigeert is de onderwerpskeuze zelf, de uitsneden die ze maakt en bovenal de manier waarop ze met een serie foto’s een verhaal probeert te vertellen.

“Ik vind vooral interessant wat voor onuitgesproken afspraken aan schoonheid en esthetiek ten grondslag liggen. Over hoe dingen eruit zouden moeten zien. Ik denk dat schoonheid voortkomt uit de behoefte aan een ideaalbeeld. Met mijn foto’s bevraag ik die behoefte en de waarde die aan deze schoonheid en esthetiek wordt toegekend.” Gezien haar achtergrond in het hotelwezen en haar parttime stewardessenbestaan is het niet zo gek dat de wereld van luchthavens, hotels, lounges en ‘resorts’ prominent in beeld is. Het is een klinkende metafoor voor de maakbaarheiddrift die de materieel ingestelde westerse mens eigen is

 

  

 

De Kwetsbare Mens

Opvallend genoeg fotografeert Libbert echter nu juist die plekken of stukken waar de zo begeerde schoonheid scheurtjes begint te vertonen, of die doorgaans buiten het zicht worden gehouden, zoals het werk van de tuinman. Daardoor ontstaat er vervreemding. Op dat punt gaat de toeschouwer zich vragen stellen. En dat is precies wat Libbert wil. “Ik verbaas mij erover dat mensen zo weinig nadenken over hóe dingen tot stand komen. Dat ze zo weinig vragen stellen bij wat ze zien. In een miljoenenstad als Bangkok ruiken ze de stank van sloppen wel, maar het lijkt toch belangrijker om te gaan shoppen.” Overigens probeert Libbert in haar foto’s niet de wereldproblematiek aan te kaarten. Dit in tegenstelling tot de stereotype beelden van sommige documentairefotografen. Zij probeert veel meer de kijker zelf tot zijn vragen te laten komen.

Daarmee past Libbert goed binnen de nieuwe generatie fotografen, zoals die zich presenteerde op tentoonstellingen als ‘Quickscan #1’ in het Rotterdamse Fotomuseum. Ging het de voorgaande generatie fotografen (Thomas Struth, Rineke Dijkstra, Andreas Gursky,) om het meest perfecte en vooral esthetische beeld waarbij ze de subjectiviteit ervan zoveel mogelijk verdoezelden, de jongere garde maakt die subjectiviteit zichtbaar. Hun beelden zetten je aan het denken. Als er bij hen al sprake is van schoonheid, dan moet je daar als kijker wat mee. Dat geldt zeker voor Libbert. Haar beelden spreken van een gecultiveerde esthetiek die indirect iets zegt over hoe kwetsbaar een mens is en hoe hij houvast probeert te vinden in de manier waarop hij de materie om zich heen naar zijn hand zet. 

© Sandra Spijkerman for Kunstbeeld, juni 2010

 

 

A Practiced Eye (Gup #21) 

Natascha Libbert (1973) is in the fortunate position of having to travel a great deal, as a result of which she can look at society with a cosmopolitan eye. She has been struck by the fact that people, wherever they are in the world, are bending things to their will, creating something for themselves, making their surroundings their own. This in order to strengthen or disseminate their own identity, to distinguish themselves from the masses and to make a statement about style, taste or personal signature. People construct their own surroundings, because they derive a certain sense of calm from this order.

But staking out one’s territory is no longer enough. We build walls to escape the prying eyes of our neighbours, plant hedges and cover every opening. Irrepressibly, we transform our surroundings. We close ourselves off, withdraw into our bastions. And the more we control our surroundings, the more we lose our grip on them. The more we try to be individual, the more we conform, to the average taste, to global uniformity, to prevailing norms and values. In doing so, we are alienated from reality.

Our society is filled with conflicting characteristics: loss of identity alongside image building, globalisation alongside small scale, individualisation alongside mass mentality, alongside integration of and confrontation between traditions, cultures, religions and lifestyles. A continuous reassessment of fixed and newly acquired values. People are becoming alienated from themselves and from their world in a society that offers little respite. Our senses are over-stimulated. There is no time for self-reflection or contemplation.

 

People find fulfilment in the material possessions they acquire. In that acquisition, there is always a goal in sight, a feeling that is pursued. The object of our desire must give us a feeling of success or satisfaction. And it does, but only for a fleeting moment. Ultimately we are unable to find permanent fulfilment in tangible possessions. Attempts to do so are as vulnerable as we are.

Photography is a medium that lends itself perfectly to the study of the constructed environment and the role of people within it. This is the area that photographer Natascha Libbert, who graduated this summer from the Royal Academy for the Arts in The Hague, focuses on. Searching for an experience and an ideal. Small or indeed monumental forms of alienation. Beauty that is often present in the human inability to maintain the setting, the way in which people seek self-preservation in this cultivated reality. Her photos speak of the alienation in our relation with the world, of our dreams and ideals.

Her images have an intriguing stratification, which they relinquish slowly and only after careful consideration, just as good wine only slowly reveals the richness of its bouquet. Perhaps this can be attributed to the practised eye of the stewardess, a position Libbert holds part time; a quick look to assess situations, alert to anything that deviates from the norm, anticipating and dividing attention without losing concentration. The ability also to observe the less pregnant things out the corner of her eye.

© Pim Milo, 2009 for GUP

  

 

Scheurtjes in de perfecte leefomgeving (Photoq) NL 

Natascha Libbert's boek "Take me to the Hilton" laat op subtiele wijze zien hoe kortstondig de mens volledig greep heeft op zijn leefomgeving. Libbert studeert er mee af aan de deeltijdopleiding van de KABK, afdeling fotografie. Maar haar veelomvattende blik rechtvaardigt een succesvolle handelseditie. Wat maakt Libbert's werk zo bijzonder?

Libbert begeeft zich in twee werelden. Werken als stewardess bij de KLM combineert zij met een koortsachtige creatieve zoektocht. Libbert hield die twee werelden lange tijd gescheiden. Er was tegenzin zichzelf binnen de KLM-wereld als fotograaf te manifesteren. Om binnen de omgeving van haar werkend bestaan van rol te wisselen, de in de hotellobby's relaxende collega's links te laten liggen en haar eigen gang te gaan. Maar zo'n twee jaar geleden kwam de ommezwaai en ging de Hasselblad mee op reis. Niet lang daarna moet het kernidee van Take me to the Hilton zijn ontstaan.

De filosoof Georg Simmel stelde dat de mens zich verwezenlijkt in de materiele dingen die hij zich verwerft. Bij dat verwerven van dingen hebben wij altijd een doel voor ogen, een gevoel dat wij najagen. Het object dat wij begeren moet ons een gevoel van succes en vervulling geven. En dat doet het ook. Alleen doet het dat maar zeer kortstondig. De vervoering van het verwerven vervliegt sneller dan wij in de gaten hebben. Wat overblijft is het bezit van de zaak, wat na 

 

verloop van tijd dof afsteekt naast het aanvankelijke gevoel, dof van saaiheid. In dat opzicht kunnen dromen beter nagejaagd dan verwezenlijkt worden, want eenmaal verwezenlijkt volgt onvermijdelijk teleurstelling. “Is dit alles”, of, in de woorden van Marilyn Manson: “When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.”

Het zijn deze kapot gegane dromen die Libbert in haar werk op het spoor is. Zij doet dat in vijfsterrenhotels en lobby’s van luchthavens. Plekken die oases van luxe pretenderen te zijn. 

Maar het perfecte decor vertoont barstjes. De geconstrueerde leefomgeving kan gewoonweg niet aan onze hooggespannen verwachtingen voldoen. De dieper in haar werk liggende laag is die van de menselijke kwetsbaarheid. Uiteindelijk lukt het ons niet onszelf daadwerkelijk duurzaam te verwezenlijken in tastbare materie. Pogingen daartoe zijn even kwetsbaar als wijzelf.

Ook Libbert zelf ontkomt niet altijd aan deze menselijkheid. Aanvankelijk bereidde zij de productie van haar boek met de precisie van een militaire veldtocht voor. Maar met de deadlines in zicht trad er eerst vertraging op bij het vaklab en liep vervolgens de eerste drukproef over van de kleurfouten. De combinatie veroorzaakte op een ochtend de totale paniek. Later die dag stuurde ze een sms: “ik ben gewoon de personificatie van mijn boek. Doet ze zo hard haar best, ontglipt het haar toch.” UIteindelijk kwam het goed en met het eindresultaat presenteert Libbert een intrigerend en ontroerend boek.

© Diederik Meijer, 2009 voor Photoq 

God is in the details (NL)

Gemeenlijk wordt “God is in de details” toegeschreven aan Ludwig Mies van der Rohe, hoewel de uitspraak eveneens gebezigd werd door Le Corbusier en, eerder nog, door Gustave Flaubert die het had over “Le bon Dieu est dans le detail”. Ook Rem Koolhaas heeft het in architectenkringen populaire aforisme gebruikt, zij het streng geformuleerd als “Er zijn geen details”.

Alles is even belangrijk. Niets is zonder betekenis.

Hier lijken de foto’s van Natascha Libbert over te gaan. Met een opmerkzaam oog voor de schoonheid van het alledaagse, richt ze haar camera op het volmaakte in het onvolmaakte. Haar onnadrukkelijke manier van kijken geeft betekenis aan ogenschijnlijk onbeduidende zaken. Onbetekenende plekken of momenten veranderen door de zoeker van haar camera van banaal in magisch. Libbert lijkt gefascineerd door het buitengewone van het gewone. Ze laat zich leiden door haar verwondering en door schoonheid.

Zelden is in Libberts foto’s de mens ten voeten uit zichtbaar, toch is hij overal voelbaar aanwezig. Niet in persoon, maar in de sporen die hij heeft nagelaten. Haar serie “Waterland” verhaalt van het menselijk ingrijpen in het landschap. Een winterse slootkant met houten vlonder, op de oever een energiehuisje met oranje zwaailicht in een kring van geknotte wilgen. Drie schapen in het stro temidden van een houten beschot met voertrog en achter hen een muur van strobalen waartegen een eenvoudige ijzeren ladder. 

De rug van een in de stal liggende roodbonte koe. Een zeegezicht met op de onderrand van het beeld grove kiezels en wat pollen gras die het taluud aanduiden van een dijklichaam. Overal lijkt het land door mensenhanden in cultuur gebracht. Maar Libbert laat ook zien dat de natuur niet alles aan zich laat onttrekken: een glazen huisje bijvoorbeeld, wordt door de overwoekerende natuur sluipenderwijs veroverd.

Waar de mens wel in beeld verschijnt, is dat op onbewaakte momenten en op onverdachte plekken. Zo werd de serie “Shopkeepers” gemaakt in winkels aan het Haagse Westeinde waar het winkelpersoneel doende is met wat het zoal dagelijks doet. Handelingen die zo vanzelfsprekend zijn dat ze het fotograferen nauwelijks waard lijken. Maar die, eenmaal in beeld gebracht, object worden voor bestudering. Het fascineert om tussen de stropdassen door te kijken naar de man in de herenmodezaak die, gebukt voor een broekenrek, een kledingstuk terughangt. Of de inventaris van een antiekwinkel te bekijken en terloops de antiquair te zien wiens hoofd deels zichtbaar is achter een antieke vaas met aronskelken. Of om de man in een dierenwinkel te observeren, die met zijn rug naar de camera toegekeerd voor een vogelkooi staat. Of om het interieur van een kapsalon te bekijken en de reflectie van de kapster in de spiegel te zien. Terloopse observaties van onbetekenende momenten die juist door die verstilde gebeurtenissen betekenis krijgen en intrigeren.

Misschien zit het hem in het geoefend oog van de stewardess die Libbert in deeltijd is; een snelle blik om situaties te overzien, alert op wat afwijkt van het gewone, anticiperend en de aandacht verdelend zonder concentratie te verliezen. Het vermogen om ook de minder pregnante zaken uit de ooghoeken waar te nemen. Voor wie bereid is aan alles waarde toe te kennen, zijn er geen details. 

 

Natascha Libbert (1973) studeert sinds 2005 aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag waarvan ze de opleiding in 2009 hoopt te voltooien.

© Pim Milo, 2008