
Natascha Libbert (1973) lives and works in The Hague, Holland. After working for several years as an account manager at an ad agency (FHV/BBDO), she decided to become a part-time flight attendant in order to go back to school. She studied photography at the Royal Academy of Arts (KABK) and graduated there in June 2009.
2010 Longlist for Dutch Doc Award 'Best Documentary 2009' and 'Best Innovation 2009'
2009 De Fotoprijs (Verbond voor Verzekeraars "What you see is what you get")
2009 De Scriptieprijs (KABK "Is this really us?")
April 11 - May 20 2010 Particolare III at Galerie van Kranendonk, The Hague (group)
Feb 19 - March 6 2010 Now or Never at GEM Museum, The Hague (group)
Feb 12 - April 17 2010 duo exhibition at Liefhertje en de Grote Witte Reus, The Hague
Dec 7 - 18 2009 Solo exhibition at NUFactory with the support of KNIR / Dutch Embassy in Rome
Arti 09 with Liefhertje en de Grote Witte Reus
September 11 - October 10 2009 Observaties 1 at VIDE, The Hague
August 29 - October 25 2009 De Fotoprijs exhibition at Nederlands Fotomuseum
August 1 - 31 2009 Best of Graduates Exhbition at Ron Mandos Gallery
July 2009 KABK Graduation Exhibition
August 2008 Via Handelskade/Ministerie van VROM annual report exhibition
2010 Awarded startstipendium from Foundation of Visual Arts, Design and Architecture (Fonds BKVB).
2009 Take me to the Hilton (self published)
2009 The Exposure Project Book Issue 4 (group)
Signalement in June Issue of Kunstbeeld Magazine (dutch only)
Portfolio in GUP #21 (a small selection is online for now)
March 2009 Moloko+ Magazine issue nr 8.
Jan 19 2009 Hippolyte Bayard: Esploratori
Dec 1 2008 [EV +/-] Exposure Compensation
Nov 7 2008 The Exposure Project
Sep 27 2008 [EV+/-] Exposure Compensation
Via Handelskade / Ministerie van VROM
‘Take me to the Hilton’: het duurt even voordat je beseft dat het om een slogan gaat van de internationale, gelijknamige hotelketen. Het is reclame voor pure luxe, wereldwijd genieten op niveau. Een betere titel had fotograaf Natascha Libbert (1973) niet voor haar eindexamenproject, tevens boek, kunnen bedenken. Libbert kreeg er juni 2009 direct aandacht mee. Het NRC Weekblad publiceerde enkele foto’s en ze maakte deel uit van ‘Best Graduates 2009’ van galerie Ron Mandos in Amsterdam. Afgelopen voorjaar was haar werk te zien op de tentoonstelling ‘Now or Never’ in het GEM, bij het Haagse ‘Liefhertje en de Grote Witte Reus’ exposeerde ze met Krista der Niet en ze werd door galeriehouder Jurriaan van Kranendonk uitgenodigd voor de groepstentoonstelling ‘Particolare III’ in zijn galerie, eveneens in Den Haag. En dat allemaal binnen één jaar. Wat maakt Libberts foto’s zo bijzonder?
Tijdens het interview ligt een ansichtkaart tussen ons in. Daarop een magistrale foto van een forse man zittend op een terras van een restaurant of hotel ergens aan een Aziatische kust. De man ziet er rustig en voldaan uit. “Ik heb deze man geschoten omdat hij er zo tevreden uitzag. Maar toen ik hem dat even later zei, antwoordde hij dat hij het daar haatte en dat hij niet kon wachten om Manilla te verlaten. Het bleek een beetje humeurige, blanke Zuid-Afrikaan te zijn.”
Dat verhaal maakt deze foto alleen maar sterker en raakt tegelijk de kern van Libberts werk. Die kern ligt besloten in het grote contrast tussen de keurig gerokte hotelstoelen en de kaki shorts met zwarte badslippers van de man. Niet voor niets citeert Libbert in haar interessante eindscriptie ‘Is this really us?’ de veelzeggend uitspraak van de Duitse filmregisseur Werner Herzog (1942): ‘Our civilisation is like a thin layer of ice upon a deep ocean of chaos (Onze beschaving is als een dun laagje ijs op een diepe oceaan van chaos)’.
Stewardessenbestaan
Libbert is niet altijd fotograaf geweest. Pas na de hogere hotelschool en verschillende banen onder andere in de reclamewereld besloot ze zich in te schrijven bij de Koninklijke Academie Den Haag afdeling fotografie. Om de studie te kunnen bekostigen en om veel te kunnen reizen is ze deeltijdstewardess geworden bij de KLM. Dat alles, samen met haar jeugd als expat, blijkt een belangrijke voedingsbodem voor haar werk nu. “Doordat ik in mijn hele jeugd overal heb gewoond, heb ik heel goed geleerd hoe ik mij moet aanpassen. Onbewust heb ik daarvoor altijd naar het gedrag van mensen en groepen gekeken. Die ervaring gebruik ik nu in mijn werk als stewardess én in mijn fotografie.” Sinds het begin van haar studie fotografeert Libbert stedelijke situaties over de hele wereld. Eerst zijn dat nog series uit een afzonderlijk land. In het derde jaar kwam ze op het idee van de werkelijkheidsbeleving met esthetiek als rode draad. ‘Ik had een foto van een voortuin in Monnikendam. Toen kreeg ik het idee dat mensen denken: als ik zo mijn tuintje aanhark en daar een paar bomen neerzet, dan is alles in orde. Dan is het leven oké. Dat gedrag vormde voor mij het uitgangspunt.” Dat resulteerde uiteindelijk in de publicatie ‘Take me to the Hilton’, waarin ze met foto’s van over de hele wereld haar thematiek verbeeldt.
Met haar zes bij zes Hasselblad snijdt Libbert stukjes uit de realiteit. “Ik manipuleer of ensceneer niks. De wereld is van zichzelf al gemanipuleerd genoeg. Ik zoek juist plekken op waar dat zichtbaar is. In Cairo heb ik bijvoorbeeld een hoteltuin gefotografeerd die half in de woestijn lag: mega geconstrueerd. Het licht is heel belangrijk. Ik druk af als het eruit ziet als een film still. Daardoor twijfelen toeschouwers wel eens.” Ook achteraf bewerkt ze haar foto’s niet digitaal. Althans niet anders dan je voorheen in een doka zou doen: een beetje doordrukken of juist overbelichten. Wat intrigeert is de onderwerpskeuze zelf, de uitsneden die ze maakt en bovenal de manier waarop ze met een serie foto’s een verhaal probeert te vertellen.
“Ik vind vooral interessant wat voor onuitgesproken afspraken aan schoonheid en esthetiek ten grondslag liggen. Over hoe dingen eruit zouden moeten zien. Ik denk dat schoonheid voortkomt uit de behoefte aan een ideaalbeeld. Met mijn foto’s bevraag ik die behoefte en de waarde die aan deze schoonheid en esthetiek wordt toegekend.” Gezien haar achtergrond in het hotelwezen en haar parttime stewardessenbestaan is het niet zo gek dat de wereld van luchthavens, hotels, lounges en ‘resorts’ prominent in beeld is. Het is een klinkende metafoor voor de maakbaarheiddrift die de materieel ingestelde westerse mens eigen is.
Kwetsbare Mens
Opvallend genoeg fotografeert Libbert echter nu juist die plekken of stukken waar de zo begeerde schoonheid scheurtjes begint te vertonen, of die doorgaans buiten het zicht worden gehouden, zoals het werk van de tuinman. Daardoor ontstaat er vervreemding. Op dat punt gaat de toeschouwer zich vragen stellen. En dat is precies wat Libbert wil. “Ik verbaas mij erover dat mensen zo weinig nadenken over hóe dingen tot stand komen. Dat ze zo weinig vragen stellen bij wat ze zien. In een miljoenenstad als Bangkok ruiken ze de stank van sloppen wel, maar het lijkt toch belangrijker om te gaan shoppen.” Overigens probeert Libbert in haar foto’s niet de wereldproblematiek aan te kaarten. Dit in tegenstelling tot de stereotype beelden van sommige documentairefotografen. Zij probeert veel meer de kijker zelf tot zijn vragen te laten komen.
Daarmee past Libbert goed binnen de nieuwe generatie fotografen, zoals die zich presenteerde op tentoonstellingen als ‘Quickscan #1’ in het Rotterdamse Fotomuseum. Ging het de voorgaande generatie fotografen (Thomas Struth, Rineke Dijkstra, Andreas Gursky,) om het meest perfecte en vooral esthetische beeld waarbij ze de subjectiviteit ervan zoveel mogelijk verdoezelden, de jongere garde maakt die subjectiviteit zichtbaar. Hun beelden zetten je aan het denken. Als er bij hen al sprake is van schoonheid, dan moet je daar als kijker wat mee. Dat geldt zeker voor Libbert. Haar beelden spreken van een gecultiveerde esthetiek die indirect iets zegt over hoe kwetsbaar een mens is en hoe hij houvast probeert te vinden in de manier waarop hij de materie om zich heen naar zijn hand zet.
Meer info: www.nataschalibbert.nl.
©Sandra Spijkerman for Kunstbeeld, juni 2010
Natascha Libbert (1973) is in the fortunate position of having to travel a great deal, as a result of which she can look at society with a cosmopolitan eye. She has been struck by the fact that people, wherever they are in the world, are bending things to their will, creating something for themselves, making their surroundings their own. This in order to strengthen or disseminate their own identity, to distinguish themselves from the masses and to make a statement about style, taste or personal signature. People construct their own surroundings, because they derive a certain sense of calm from this order.
But staking out one’s territory is no longer enough. We build walls to escape the prying eyes of our neighbours, plant hedges and cover every opening. Irrepressibly, we transform our surroundings. We close ourselves off, withdraw into our bastions. And the more we control our surroundings, the more we lose our grip on them. The more we try to be individual, the more we conform, to the average taste, to global uniformity, to prevailing norms and values. In doing so, we are alienated from reality.
Our society is filled with conflicting characteristics: loss of identity alongside image building, globalisation alongside small scale, individualisation alongside mass mentality, alongside integration of and confrontation between traditions, cultures, religions and lifestyles. A continuous reassessment of fixed and newly acquired values. People are becoming alienated from themselves and from their world in a society that offers little respite. Our senses are over-stimulated. There is no time for self-reflection or contemplation.
People find fulfilment in the material possessions they acquire. In that acquisition, there is always a goal in sight, a feeling that is pursued. The object of our desire must give us a feeling of success or satisfaction. And it does, but only for a fleeting moment. Ultimately we are unable to find permanent fulfilment in tangible possessions. Attempts to do so are as vulnerable as we are.
Photography is a medium that lends itself perfectly to the study of the constructed environment and the role of people within it. This is the area that photographer Natascha Libbert, who graduated this summer from the Royal Academy for the Arts in The Hague, focuses on. Searching for an experience and an ideal. Small or indeed monumental forms of alienation. Beauty that is often present in the human inability to maintain the setting, the way in which people seek self-preservation in this cultivated reality. Her photos speak of the alienation in our relation with the world, of our dreams and ideals.
Her images have an intriguing stratification, which they relinquish slowly and only after careful consideration, just as good wine only slowly reveals the richness of its bouquet. Perhaps this can be attributed to the practised eye of the stewardess, a position Libbert holds part time; a quick look to assess situations, alert to anything that deviates from the norm, anticipating and dividing attention without losing concentration. The ability also to observe the less pregnant things out the corner of her eye.
© Pim Milo, 2009 for GUP
Natascha Libbert's boek "Take me to the Hilton" laat op subtiele wijze zien hoe kortstondig de mens volledig greep heeft op zijn leefomgeving. Libbert studeert er mee af aan de deeltijdopleiding van de KABK, afdeling fotografie. Maar haar veelomvattende blik rechtvaardigt een succesvolle handelseditie. Wat maakt Libbert's werk zo bijzonder?
Libbert begeeft zich in twee werelden. Werken als stewardess bij de KLM combineert zij met een koortsachtige creatieve zoektocht. Libbert hield die twee werelden lange tijd gescheiden. Er was tegenzin zichzelf binnen de KLM-wereld als fotograaf te manifesteren. Om binnen de omgeving van haar werkend bestaan van rol te wisselen, de in de hotellobby's relaxende collega's links te laten liggen en haar eigen gang te gaan. Maar zo'n twee jaar geleden kwam de ommezwaai en ging de Hasselblad mee op reis. Niet lang daarna moet het kernidee van Take me to the Hilton zijn ontstaan.
De filosoof Georg Simmel stelde dat de mens zich verwezenlijkt in de materiele dingen die hij zich verwerft. Bij dat verwerven van dingen hebben wij altijd een doel voor ogen, een gevoel dat wij najagen. Het object dat wij begeren moet ons een gevoel van succes en vervulling geven. En dat doet het ook. Alleen doet het dat maar zeer kortstondig. De vervoering van het verwerven vervliegt sneller dan wij in de gaten hebben. Wat overblijft is het bezit van de zaak, wat na verloop van tijd dof afsteekt naast het aanvankelijke gevoel, dof van saaiheid. In dat opzicht kunnen dromen beter nagejaagd dan verwezenlijkt worden, want eenmaal verwezenlijkt volgt onvermijdelijk teleurstelling. “Is dit alles”, of, in de woorden van Marilyn Manson: “When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.”
Het zijn deze kapot gegane dromen die Libbert in haar werk op het spoor is. Zij doet dat in vijfsterrenhotels en lobby’s van luchthavens. Plekken die oases van luxe pretenderen te zijn.
Maar het perfecte decor vertoont barstjes. De geconstrueerde leefomgeving kan gewoonweg niet aan onze hooggespannen verwachtingen voldoen. De dieper in haar werk liggende laag is die van de menselijke kwetsbaarheid. Uiteindelijk lukt het ons niet onszelf daadwerkelijk duurzaam te verwezenlijken in tastbare materie. Pogingen daartoe zijn even kwetsbaar als wijzelf.
Ook Libbert zelf ontkomt niet altijd aan deze menselijkheid. Aanvankelijk bereidde zij de productie van haar boek met de precisie van een militaire veldtocht voor. Maar met de deadlines in zicht trad er eerst vertraging op bij het vaklab en liep vervolgens de eerste drukproef over van de kleurfouten. De combinatie veroorzaakte op een ochtend de totale paniek. Later die dag stuurde ze een sms: “ik ben gewoon de personificatie van mijn boek. Doet ze zo hard haar best, ontglipt het haar toch.” UIteindelijk kwam het goed en met het eindresultaat presenteert Libbert een intrigerend en ontroerend boek.
© Diederik Meijer, 2009 voor Photoq
Gemeenlijk wordt “God is in de details” toegeschreven aan Ludwig Mies van der Rohe, hoewel de uitspraak eveneens gebezigd werd door Le Corbusier en, eerder nog, door Gustave Flaubert die het had over “Le bon Dieu est dans le detail”. Ook Rem Koolhaas heeft het in architectenkringen populaire aforisme gebruikt, zij het streng geformuleerd als “Er zijn geen details”.
Alles is even belangrijk. Niets is zonder betekenis.
Hier lijken de foto’s van Natascha Libbert over te gaan. Met een opmerkzaam oog voor de schoonheid van het alledaagse, richt ze haar camera op het volmaakte in het onvolmaakte. Haar onnadrukkelijke manier van kijken geeft betekenis aan ogenschijnlijk onbeduidende zaken. Onbetekenende plekken of momenten veranderen door de zoeker van haar camera van banaal in magisch.
Libbert lijkt gefascineerd door het buitengewone van het gewone. Ze laat zich leiden door haar verwondering en door schoonheid.
Zelden is in Libberts foto’s de mens ten voeten uit zichtbaar, toch is hij overal voelbaar aanwezig. Niet in persoon, maar in de sporen die hij heeft nagelaten. Haar serie “Waterland” verhaalt van het menselijk ingrijpen in het landschap. Een winterse slootkant met houten vlonder, op de oever een energiehuisje met oranje zwaailicht in een kring van geknotte wilgen. Drie schapen in het stro temidden van een houten beschot met voertrog en achter hen een muur van strobalen waartegen een eenvoudige ijzeren ladder. De rug van een in de stal liggende roodbonte koe. Een zeegezicht met op de onderrand van het beeld grove kiezels en wat pollen gras die het taluud aanduiden van een dijklichaam. Overal lijkt het land door mensenhanden in cultuur gebracht. Maar Libbert laat ook zien dat de natuur niet alles aan zich laat onttrekken: een glazen huisje bijvoorbeeld, wordt door de overwoekerende natuur sluipenderwijs veroverd.
Waar de mens wel in beeld verschijnt, is dat op onbewaakte momenten en op onverdachte plekken. Zo werd de serie “Shopkeepers” gemaakt in winkels aan het Haagse Westeinde waar het winkelpersoneel doende is met wat het zoal dagelijks doet. Handelingen die zo vanzelfsprekend zijn dat ze het fotograferen nauwelijks waard lijken. Maar die, eenmaal in beeld gebracht, object worden voor bestudering. Het fascineert om tussen de stropdassen door te kijken naar de man in de herenmodezaak die, gebukt voor een broekenrek, een kledingstuk terughangt. Of de inventaris van een antiekwinkel te bekijken en terloops de antiquair te zien wiens hoofd deels zichtbaar is achter een antieke vaas met aronskelken. Of om de man in een dierenwinkel te observeren, die met zijn rug naar de camera toegekeerd voor een vogelkooi staat. Of om het interieur van een kapsalon te bekijken en de reflectie van de kapster in de spiegel te zien. Terloopse observaties van onbetekenende momenten die juist door die verstilde gebeurtenissen betekenis krijgen en intrigeren.
Misschien zit het hem in het geoefend oog van de stewardess die Libbert in deeltijd is; een snelle blik om situaties te overzien, alert op wat afwijkt van het gewone, anticiperend en de aandacht verdelend zonder concentratie te verliezen. Het vermogen om ook de minder pregnante zaken uit de ooghoeken waar te nemen. Voor wie bereid is aan alles waarde toe te kennen, zijn er geen details.
Natascha Libbert (1973) studeert sinds 2005 aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag waarvan ze de opleiding in 2009 hoopt te voltooien.
© Pim Milo, 2008